Deze nieuwe wet verbiedt in principe alle arbeid van kinderen onder de 14 jaar. Daarmee sluit de wet (eindelijk) aan op de Onderwijswet van 2009 die alle kinderen tot die leeftijd het recht geeft op gratis onderwijs en ouders verplicht ze naar school te sturen. De straffen bij het aantreffen van kinderarbeid zijn ook verhoogd.

Een hele vooruitgang zou je zeggen, eindelijk wordt kinderarbeid verboden. Er is echter een venijnig staartje. Er is een uitzondering in de wet die zegt dat kinderen onder de 14 na school hun familie met werk mogen helpen of in een ‘familiebedrijf’ mogen werken. Dat mag geen gevaarlijk werk (zie verder) zijn. Kinderen mogen na school ook als ‘artiest’ optreden in de ‘audio-visuele entertainment industrie’, waaronder reclame, films en TV-series.
Ook dat klinkt nog redelijk. Welk kind helpt er ook bij ons eens niet in het huishouden, en zeg nu zelf, optreden doen alle kinderen toch graag?

Enkele kanttekeningen zijn hier op zijn plaats. Vooreerst bepaalt de wet dat onder familie niet alleen vader en moeder, maar ook broer en zus van het kind, de broers en zussen van vader en de broers en zussen van moeder worden gerekend.
Een tweede probleem is dat veel werk door bedrijven en koppelbazen wordt uitbesteed aan gezinnen en de ‘uitgebreide familie’. Ook nu al werken kinderen onder de 14 vaak hele dagen mee aan het stikken van schoenen, borduurwerk op kleding, kunstnijverheid, inpakken, plakken van labels enz. Ouders verdienen namelijk zo weinig met een laag stukloon dat de kinderen makkelijk worden ingeschakeld om meer productie te maken. Daar rekenen de koppelbazen, ingehuurd door bedrijven, ook op. Het is een vorm van uitbuiting die het hele gezin arm én aan het werk houdt. In de landbouw werken nog de meeste kinderen thuis mee. Hun ouders, vaak kleine boeren, krijgen zo weinig voor hun producten, dat ze naast hun eigen kinderen ook kinderen van anderen inhuren.

In de wet staat toch dat het ‘werk na school is’? Waarom zouden kinderen dan niet mee kunnen helpen aan het vergroten van het gezinsinkomen? Als je echter leest om welk werk het gaat, dan is het vlug duidelijk dat dit werk ten koste gaat van de gezondheid van de kinderen en hun vermogen om zich voldoende te concentreren op school. Uiteindelijk raken ze zo achter dat ze wel gedwongen worden om de school op te geven. Onderzoek heeft uitgewezen dat op een gemiddelde schooldag slechts 71 % van de ingeschreven kinderen ook echt op school zit. De gevolgen voor die kinderen zijn nefast: zelfs basiskennis van taal en rekenen is ontoereikend.

Ook de Indiase parlementaire commissie die de wet beoordeelde, is kritisch voor de benaming ‘familiewerk na school’. Hoe controleer je dat?
Unicef wijst erop dat vooral de kinderen van Dalits (kastelozen) en Adhivasi (inheemse volkeren) getroffen worden en vraagt de uitdrukking ‘kinderhulp in familiebedrijven’ uit de wet te schrappen.

Het leidt uiteraard geen twijfel dat veel ondernemers blij zijn met de nieuwe wet. ‘Kinderen zijn goedkoper’ is een veel gehoorde uitspraak, en ‘een familie inschakelen is geen groot probleem’.
Kinderrechtenactivisten vrezen zelfs dat meer kinderen aan het werk gezet zullen worden.

En hoe zit het met de tieners van 14 tot 18 jaar? Voor 2016 was er geen reglementering over arbeid van kinderen van 14 tot 18 jaar. Zij mochten elk soort werk doen. Nu is arbeid van deze groep kinderen verboden in mijnen, het werken met ontvlambare stoffen en – de veel bredere categorie van – ‘gevaarlijk werk’. Voor gevaarlijk werk wordt verwezen naar een bijlage uit de Fabriekswet uit 1948 waarin 28 bedrijfstakken worden genoemd – denk aan de productie van kolen, cement, metaal, leer, chemische stoffen, glas en verfstoffen – waarin tieners geen gevaarlijk werk mogen doen.
Dat is toch goed, denk je? Dat valt erg tegen. Tieners mogen volgens de nieuwe wet inderdaad niet meer in mijnen en met ontvlambare stoffen werken of bepaalde soorten ‘gevaarlijk werk’ verrichten, maar de lijst van 28 gevaarlijke bedrijfstakken is beperkt en bevat minder dan de helft van de oude lijst van beroepen en taken die jonge kinderen niet mochten verrichten. Wat namelijk ontbreekt in de lijst is de hele landbouwsector, inclusief het toepassen van pesticiden, maar bijvoorbeeld ook het werk in kledingfabrieken, spinnerijen, weverijen en ververijen.

(naar een artikel van de Landelijke India Werkgroep)