Vandaag staat een vergadering met het Ananda India Team (AIT) op het pro­gramma. We worden ontvangen in het Poondi Matha Retreat center.
Er volgt een warm welkom, met Indische thee, koekjes en fris water.

Het team bestaat uit 10 vrijwilligers. De meesten van hen zijn lid van de Christian Workers Movement (CWM). Deze internationale organisatie zet zich in voor menselijke waardigheid, respect en ontwikkeling van vrouwen, migranten, werkloze jeugd en kinderen in de kin­der­­arbeid. Zij hebben de taak voor ons het veldwerk te doen. Wanneer we vra­gen hebben bij een projectaanvraag, gaan zij ter plaatse kijken, bezorgen ons informatie en advies. Soms zijn ze zelf verantwoordelijk voor het opvolgen van een ‘revolving fund’.

We hebben een overvolle agenda, want we willen vele zaken met hen bespre­ken. We hebben het over de sociale en economische evolutie en over de moei­lijk­heden die minderheidsgroepen on­der­vinden. Ook de obstakels waar zij zelf tegenaanlopen komen aan bod. Er volgt een debat over het al of niet registreren van AIT als vereniging om zo een er­ken­ning te krijgen. Het is een pro­cedure die jaren in beslag neemt met heel wat papierwerk. We zijn nog niet overtuigd dat het de moeite loont. We spreken af de volledige procedure en de eraan gekoppelde kosten eerst op te lijsten.

Doorheen het gesprek wordt duidelijk hoe moeilijk de omstandigheden voor hen soms zijn. Voor ons is dat niet altijd makkelijk in te schatten. Wij hebben hier de vrijheid om activiteiten op touw te zetten en om onze mening vrij te uiten. Bij hen ligt dat anders. De overheid kijkt argwanend toe op activiteiten die vanuit het buitenland worden gesteund en ten goede komen aan Christen Dalits, de kastelozen en minderheidsgroepen. Er is corruptie en het vertrouwen is soms ver te zoeken. Een voorbeeld hiervan is de overheidscampagne ‘Clean India’. De overheid financiert hiermee de bouw van toiletten. Dat geld wordt beheerd door de lokale raden, de panchayats, die niet gewillig zijn om scholen en organisaties te helpen die door minderheidsgroepen (moslims, christenen) worden gerund. Op die manier worden deze alweer miskend, blijven ze verstoken van hulp, en moeten ze noodgedwongen elders aankloppen.

We bekijken verder een aantal projecten en moedigen hen aan om voorstellen te doen voor de verdere uitbouw van ‘revolving fund’ projecten die een wacht­lijst hebben van families die willen toetreden. We spreken af dat ze dit in het team bespreken en een voorstel doen.

Het is duidelijk dat er nog werk aan de winkel is. Er zijn nog vele noden. Wij hebben het AIT hard nodig. Zij zijn onze ogen, oren en mond in het werkveld. Wij moeten voorbij de taal- en cultuur­ver­schil­len kijken. Daarom was deze ontmoet­ing van mens tot mens een rijke ervaring.

We lunchen in ons hotel. Zoals steeds is de spreekwoordelijke gastvrijheid enorm: de tafel is rijkelijk voorzien van aller­hande gerechten.

Na de maaltijd rijden we met het busje terug naar Thanjavur en bezoeken we project A2017.06 Vallam. De ngo VECT die dit project organiseert, is geënga­geerd in het geven van lessen aan en coaching van arme vrouwen. Thanjavur is een snel groeiende stad. In de stad en de dichte omgeving ervan is er een stijgende vraag naar kledingmakers en naaisters, zodat met geschikte opleiding en training de vrouwen meer kans heb­ben om een job te vinden en zo geld verdienen om in de dagelijkse behoeften van hun gezin te voorzien. In een klein maar kraaknet zaaltje worden we door een groepje vrouwen met kinderen warm welkom geheten. Iemand van de ngo, de priester, enkele vrouwen nemen het woord.
We luisteren aandachtig ook al begrijpen we niet wat er gezegd wordt. Achteraf volgt een korte vertaling. Enkele van de­ze vrouwen komen aan het woord en vertellen wat de opleiding die ze krijgen voor hen betekent. Je ziet aan hun gezichten dat ze het menen. Onze aan­wezigheid betekent echt wel veel voor hen, enkel al belangstelling tonen voor hun verhaal doet hen deugd. Wij sluiten af met een dankwoord van ons aan de begeleiders van de vrouwen en aan de vrouwen zelf. We bewonderen hen voor wat zij elke dag doen.
Daarna ontstaat een gezellige chaos. Alle vrouwen komen rond ons staan en tonen vol fierheid de naaiwerkjes die ze tijdens de opleiding maakten.
We ontsnappen er niet aan: elk van ons moet toch enkele van deze werkjes meenemen, en ‘neen’ verstaan ze niet. We sluiten af met een mooie groepsfoto.